Ongelukken

Verrassing speelde een grote rol: de nucleaire eerste klap (first strike) schakelde de tegenstander in één keer uit.

Een Nederlandse krant kopte in 1951: Vijftig divisies in één klap. Een dergelijke klap kon een invasie van Europa blokkeren.
Het idee ontstond dat een deel van de nucleaire wapens de fatale eerste klap kon ontlopen. Bijvoorbeeld atoomraketten aan
boord van onderzeeërs en waterstofbommen aan boord van vliegtuigen, die voortdurend in de lucht waren.
Zo werd een second strike mogelijk. Ook chemische en biologische massavernietigingswapens stonden op scherp en waren
continu op weg.

Met zoveel wapens op pad konden ernstige ongelukken niet uitblijven. In 1966 stortte een Amerikaanse
bommenwerper, met drie waterstofbommen aan boord, neer in Spanje. Twee hiervan werden snel teruggevonden. De
conventionele ontstekingslading was afgegaan, maar veroorzaakte geen kernreactie. Wel kwam er veel straling vrij.
De derde bom lag in zee en de Amerikanen zetten alles op alles om deze bom van het nieuwste ontwerp te bergen.
Ook de Russen lagen op de loer.
(Pikant detail is dat Spanje niet tot de NATO behoorde en een fascistische dictatuur was.)

Rusland ontkwam evenmin aan ongelukken. In 1979 lekte uit een militair laboratorium in Sverdlovsk anthrax. Er vielen
honderden slachtoffers. Hun medische dossiers waren staatsgeheim.
Pas na het einde van de Koude Oorlog werden details bekend.

Naast ongelukken was ook het verkeerd inschatten van de intenties
van de vijand een groot risico. In 1962 plaatste de Sovjet Unie
atoomraketten op het bevriende eiland Cuba. De Sovjetleiding schatte de reactie van de Amerikanen verkeerd in en alleen door verstandig diplomatiek optreden werd een wereldwijd nucleair conflict voorkomen.